Choose the correct answer.
1. Hoe noem je het volledige PowerPoint-bestand dat je aan het publiek toont?
A. de hand-out
B. de presentatie
C. de agenda
D. de vragenronde
2. Met welke zin introduceert een presentator wat er op de huidige slide staat?
A. Laten we overgaan naar de volgende slide.
B. Zijn er nog vragen?
C. Op deze slide zien jullie...
D. Ik begin met...
3. Met welke zin maakt een presentator een overgang naar een nieuw onderwerp?
A. Dit is belangrijk omdat...
B. Het doel van deze presentatie is...
C. Laten we overgaan naar de volgende slide.
D. Samengevat hebben we...
4. Hoe heet het moment aan het einde van een presentatie waarop het publiek vragen stelt?
A. de discussieronde
B. de feedbacksessie
C. de pauze
5. Hoe heet het vlakke oppervlak waarop het geprojecteerde beeld verschijnt?
B. de slide
C. het decor
D. het scherm